Nieuws uit de tweede klas

De tweedeklasser bevindt zich op een bijzonder moment in de ontwikkeling. Het kind heeft de leeftijd waarop de individualiteit sterker wordt, meer zichtbaar. De tweedeklasser is, als het goed is, stevig aangekomen in het eigen lichaam en kan, beter dan voorheen, indrukken opnemen, verwerken en zich eigen maken. Het kind heeft het paradijs nog niet verlaten, maar karakters, vaardigheden en eigenschappen laten zich meer expliciet zien. Het kind wordt meer individu. 

In de tweede klas geven we meer voeding aan de groeiende individualiteit en karaktertrekken. Dit doen we onder meer door het vertellen van fabels en heiligenlegenden. Met de fabels voeden we als het ware de scherpe kantjes die meer zichtbaar worden, met de heiligenlegenden voeden we juist het paradijselijke dat de kinderen nog beleven. 

Qua bewustzijn bevinden de kinderen zich nog in het geheel, de eenheid. Je zou kunnen zeggen: in een paradijselijke sfeer. De heiligenlegenden helpen ons om de kinderen de schoonheid, de reinheid en de goedheid van de wereld te laten zien. Deze verhalen worden verteld vanuit de mens. Maar we moeten ook oog hebben voor de individuele eigenschappen die langzaamaan groter worden. Fabels maken menselijke eigenschappen en eenzijdigheden overdreven zichtbaar. Bij de fabel van de vos en de raaf bijvoorbeeld wordt de ijdelheid van de raaf afgestraft. Dat gebeurt met humor, maar voor degene die het overkomt is het ook pijnlijk. 

Voor de herfstvakantie hebben de tweedeklassers toneel gespeeld. Dagelijks kropen ze in de huid van de verschillende dieren en konden ze vanuit het beeld eventjes ervaren hoe het voelt om de ijdele raaf te zijn of juist de gewiekste vos, de machtige leeuw die toch de mug als zijn meerdere moest erkennen. Een toneelperiode is vanzelfsprekend geen aanloop naar het neerzetten van een theaterproductie, maar een krachtig pedagogisch middel om de ontwikkeling van het kind te ondersteunen en de sociaal-emotionele ontwikkeling een stevige impuls te geven.